|
De documentatiemethodiek beschrijft het model dat op deze pagina is weergegeven en bestaat uit vier samenhangende documentatieniveaus. Iedere bovenliggende laag beschrijft hoe een binnengekomen bericht geïnterpreteerd dient te worden. Iedere onderliggende laag beschrijft hoe een bericht aangemaakt en getransporteerd dient te worden.
De waardeketen bestaat uit een aantal documenten dat op macro niveau de sierteelt beschrijft. Het doel is:
- Inzicht verschaffen in de structuur en dynamiek van de sierteelt;
- Ervoor zorgen dat alle gebruikers, ontwikkelaars en software leveranciers een gemeenschappelijk begrip hebben;
- Identificatie en beschrijving van alle relevante partijen binnen de industrie;
- Het los van techniek beschrijven van de dagelijkse gang van zaken binnen de sierteelt;
- Het identificeren van de belangrijkste business (use) cases.
De begrippenlijst bestaat uit eenduidige definities van alle gebruikte begrippen uit de sector en een beschrijving van hun onderlinge relaties. Voorbeelden van begrippen zijn actoren (bijvoorbeeld: Teler, Veiling en Handelaar) en entiteiten (bijvoorbeeld: Fust, Deense container, Aanvoerbrief, enz.).
Door het beschrijven van de onderlinge relaties ontstaat een hiërarchisch gegevensmodel dat een belangrijke basis is voor alle onderliggende lagen van de documentatiemethodiek. Alle begrippen worden in het Engels en in het Nederlands beschreven.
Het ketenmodel beschrijft de informatie-uitwisseling binnen de sierteelt op het niveau van de sierteeltketen. Het biedt inzicht in de fysieke goederen- en informatiestromen tussen de verschillende ketenpartijen. Het ketenmodel bevat daarnaast de Use Case diagrammen die de business cases beschrijven en de kernprocessen identificeren.
Een belangrijk voordeel van het gebruik van Use Cases is dat ieder gestandaardiseerd Florecom bericht direct is af te leiden uit een generiek bedrijfsproces binnen de industrie. Dit is een belangrijk toetsinstrument bij het beoordelen van potentiële nieuwe berichtstandaarden m.a.w. als er geen generieke Use (lees: business) Case is, dan zal de standaard in principe niet door Florecom worden opgepakt.
Communities zijn groepen samenwerkende partijen die met elkaar aanvullende spelregels hebben afgesproken met betrekking tot het gebruik van de Florecom standaarden. Een voorbeeld van zo’n commmunity is eTrade, een digitale marktplaats waar kopers en kwekers samenwerken door gebruik te maken van aanvullende spelregels op de Florecom standaarden. Community standaarden zijn nodig, omdat de Florecom berichten erg breed inzetbaar zijn en dus veel informatie kunnen bevatten. Het is voor partijen binnen een community niet altijd relevant of gewenst om het gehele Florecom bericht in te vullen en uit te wisselen. De community standaarden bepalen hoe de Florecom berichten ingevuld dienen te worden en bepalen hiermee indirect welke functionaliteit zij van een Florecom bericht ondersteunen. Ze bestaan uit een implementatiehandleiding en een invulinstructie voor de berichten. Deze twee documenten kunnen kort-en-krachtig zijn, omdat ze een aanvulling zijn op de standaard documentatie van Florecom. Community standaarden kunnen op verzoek worden gepubliceerd op de website van Florecom.
In de scenariobeschrijvingen worden de Use Cases functioneel uitgewerkt. In deze stap draait het om het inzichtelijk maken van de activiteiten (processtappen) binnen de use case. Scenario’s worden zo veel mogelijk volgens het CLF-model opgesplitst, dus in de drie groepen Commercieel, Financieel en Logistiek.
In deze scenariobeschrijvingen worden de commerciële Use Cases functioneel uitgewerkt. Een voorbeeld van een commercieel scenario is het opvragen van aanbod bij een marktplaats.
In deze scenariobeschrijvingen worden de logistieke Use Cases functioneel uitgewerkt.
In deze scenariobeschrijvingen worden de financiële Use Cases functioneel uitgewerkt. Een voorbeeld van een financieel scenario is het versturen van een factuur.
Op het niveau van berichten wordt bepaald welke entiteiten worden uitgewisseld binnen een bericht. Een bericht is een verzameling entiteiten die gelijktijdig wordt uitgewisseld tussen twee ketenpartijen. Op berichtniveau wordt de structuur en de mogelijke inhoud van entiteiten beschreven met behulp van XML en XML schema’s.
Schema’s beschrijven de structuur en de inhoud van de XML berichten. Ze worden samengesteld met behulp van entiteiten uit de Florecom XML Library. Op termijn zullen schema’s gegenereerd worden vanuit de Florecom XML Library, waardoor de beschrijving van alle entiteiten en elementen automatisch opgenomen worden in het schema.
In veel gevallen zullen software leveranciers met industriekennis als eerste kijken naar het schema. Het is daarom belangrijk dat deze ondersteund wordt met documentatie op schemaniveau. Indien vanuit deze documentatie enkele begrippen niet begrepen worden kunnen de procesbeschrijvingen en bovengelegen documenten geraadpleegd worden.
Codelijsten zijn een belangrijk hulpmiddel binnen de sierteelt. Een codelijst definieert de mogelijke waarden van specifieke velden binnen een bericht. In de basis zijn het gestandaardiseerde afkortingen die worden beheerd door een organisatie. Een voorbeeld van coderingen van de Vereniging van Bloemenveilingen in Nederland (VBN) zijn productcodes, sorteringcodes, kleurcodes en kenmerkcodes. Een voorbeeld van een VBN productcode is 28616 dat staat voor de plant “Rhipsalidopsis gemengd 3 kleuren”. Maar er zijn ook coderingen voor fysieke (geografische) locaties en voor organisaties en vestigingen zoals Florecom te Aalsmeer.
De voordelen van coderingen zijn de eenduidigheid en het voorkomen van redundantie. Hierdoor kunnen zowel handelaren als softwaresystemen eenduidige en efficiënt identificatie- en metagegevens verwerken m.b.t. producten, ketenpartijen en locaties.
Het codelijst document beschrijft welke codelijsten gebruikt worden in de sierteelt, waar de codelijsten voor dienen, wie de lijsten beheren en hoe en waar de lijsten beschikbaar worden gesteld.
Binnen vrijwel iedere informatiestroom tussen ketenpartijen wordt gebruik gemaakt van referenties. Een referentie is een verwijzing naar een entiteit, zoals een: order, product of ketenpartij. Het is belangrijk om dit op het niveau van een industrie te standaardiseren, omdat de referentietechniek de verbinding vormt tussen alle informatie-eenheden binnen de industrie. Deze techniek moet naast eenduidigheid zeer generiek van opzet zijn.
Een referentie kan niet bestaan zonder een identificatie en zonder referenties heeft identificatie geen nut. Daarom wordt vastgelegd:
- hoe informatie-eenheden uniek worden geïdentificeerd.
- hoe er gerefereerd wordt aan unieke informatie-eenheden.
De begrippenlijst en de Use Case diagrammen vormen het uitgangspunt voor de referentietechniek. Dit houdt in dat voor alle objecten zoals beschreven in de begrippenlijst een identificatie en referentiemechanisme kan worden beschreven.
De Florecom XML Library bestaat volledig uit combinaties (aggregatie) van entiteiten en core components uit de UN/CEFACT Core Component Library. Het is een verzameling van industriespecifieke entiteiten voor de sierteelt. De Florecom XML Library valt onder beheer van de Florecom Library werkgroep.
Nieuwe uitontwikkelde industrieoverstijgende entiteiten kunnen worden aangeboden aan UN/CEFACT, zodat deze onderdeel worden van de mondiale bibliotheek van ebXML componenten.
De UN/CEFACT Core Component Library is een door UN/CEFACT beheerde bibliotheek van industrieonafhankelijke en herbruikbare berichtstructuren op basis van XML Schema’s. Het stel deze berichtstructuren gratis beschikbaar met als doel om de interoperabiliteitsproblemen rond elektronisch zaken doen te minimaliseren. Het voordeel van deze bibliotheek met XML bouwstenen, is dat deze bouwstenen in de toekomst gebruikt gaan worden om
Er zijn vele manieren om een XML-bericht te transporteren. Een voor de hand liggende en relatief eenvoudige en goedkope manier is om de berichten over het Internet te versturen. Aangezien dit een publiek netwerk is dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden m.b.t. beschikbaarheid, afluisteren, versleutelen, authenticatie, autorisatie en spoofing. De keuze voor transportmethodieken wordt overgelaten aan de ketenpartijen
Op het niveau van conversatieprotocollen legt Florecom slechts één standaard op en dat is het verplichte gebruik van SOAP versie 1.1. Reden voor het gebruik van deze standaard is dat SOAP de meest succesvolle standaard is voor het uitwisselen van gegevens tussen verschillende soorten applicaties. Met SOAP wordt het Florecom XML-bericht ingebed in een XML-fragment dat is opgemaakt volgens het SOAP schema. Dit beetje extra XML biedt de volgende belangrijke transport functionaliteit:
- Wat voor type Florecom bericht bevat het XML-pakket;
- Voor wie (welke applicatie of welk systeem) is het bericht bedoeld;
- Mechanisme voor het communiceren van eventuele fouten die zijn opgetreden bij het verwerken van een ontvangen bericht;
Het transport van SOAP berichten is niet door Florecom gestandaardiseerd, omdat volgens de visie van Florecom een bericht volledig los staat van de wijze van transport. Voorbeelden van transport protocollen zijn: SMTP (e-mail), HTTP (webservices) en FTP.
Het gebruik van message brokers wordt aanbevolen, waardoor het voor applicaties niet uit hoeft te maken via welke infrastructuur de berichten worden getransporteerd.
|